Walvisvaart

Door tomknipping

categorie: Hobby en vrije tijd

Wepje

Maak ook gratis je eigen website op Wepje net als 1398 anderen!
Bijvoorbeeld:
http:// .wepje.com
  • Wat zijn walvissen?

    Walvissen zijn zoogdieren die hun hele leven in het water doorbrengen. Ze komen overal ter wereld voor in oceanen en zeeën. De walvissen leven in de zomerperiode in de poolgebieden. In de winterperiode trekken de walvissen richting de evenaar. Daar gaan ze naar toe om hun jongen te baren in het warmere zeewater.

     

    De draagtijd, dat is de tijd dat het jong in de buik van de moeder zit, is meestal langer dan bij mensen, namelijk zo’n 14 maanden. De zoogtijd, dat is de tijd dat het jong afhankelijk is van moedermelk, duurt gemiddeld zo’n 12 maanden. Walvissen zijn geslachtsrijp rond hun 5e levensjaar. Walvissen kunnen wel 100 jaar oud worden. Voor ouderdom geldt: hoe groter de walvis hoe ouder hij wordt. 

     

    Walvissen hebben net als wij zintuigen, maar dan meer ingesteld op het leven in water. Met je zintuigen krijg je via bepaalde prikkels allerlei informatie over je omgeving. Walvissen hebben een gevoelige huid waarmee ze elkaar veel aanraken. Verder gebruiken ze hun ogen, maar dan voor het kijken op kortere afstand. Het belangrijkste zintuig voor de walvissen is hun gehoor. Geluid verplaatst zich door water 4,5 maal zo snel als door de lucht. Toch kunnen walvissen dit geluid opvangen.

     

    Walvissen kunnen groot worden. Een ‘beetje walvis’ is al gauw zo’n 15 meter. De grootste walvis die we kennen is de Blauwe Vinvis. Die kan wel zo’n 33 meter lang worden. Hiermee is dit dier het grootste dier op aarde. Zie ook de afbeelding hieboven. .


    Zo groot als walvissen kunnen worden, zo klein is hun voedsel. Walvissen eten kleine kreeftjes, ook wel krill genoemd. Ook eten ze wel kleinere vissen als er niet veel krill aanwezig is. Een andere vraag is: hoe krijgt zo’n groot dier precies die kleine beestjes uit het water? Het antwoord luidt: door ze uit het water te filteren! Bijna alle grote walvissen hebben hier baleinen voor. Dat zijn meterslange platen die aan de bovenkaak van de walvis hangen. Ze lijken wel een beetje op een hele grote streepjescode. Walvissen laten zeewater naar binnenstromen. Bij het naar buitenstromen van het  zeewater blijven de kleine kreeftjes achter in de baleinen. Daarna eet de walvis de kreeftjes op. Al deze grote walvissen noemt men daarom baleinwalvissen. Op  de foto rechts beneden zie je duidelijk de baleinen van een dode bultrugwalvis.

     

    Daarnaast heb je ook nog tandwalvissen. Tandwalvissen hebben geen baleinen maar tanden. Ze eten grotere vissen en schaaldieren. De grootste tandwalvis is de potvis. Op de afbeelding op werkblad 2 zie je dat de mannetjespotvis wel 20 meter kan worden. Het vrouwtje (zie afbeelding) wordt ‘slechts’ zo’n 13 meter. Een andere tandwalvis is de orka.

     

    Tandwalvis                                                   Baleinwalvis                                               

     

     

    Op welke soorten walvissen is het meest gejaagd?

    Het is handig voor het vervolg van de lesbrief als je weet op welke soorten er zoal is gejaagd. Kijk nog eens naar de grote afbeelding op de eerste pagina. Daar zie je meteen al vier soorten walvissen waarop veel is gejaagd:

     

    - De Blauwe Vinvis             - De Potvis

    - De Bultrug                     - De Noordkaper

     

    Een andere soort waarop veel is gejaagd is de De Groenlandse Walvis. Hij lijkt op de Noordkaper maar de Groenlandse Walvis leeft vooral in het Noordelijk IJszeegebied rondom Groenland.

     

  • Andere bedreigingen

    Vervuiling van het zeewater

    Meer dan tweederde van het aard­oppervlak van onze planeet bestaat uit zeeën en oceanen. Een flinke hoeveel­heid water zul je misschien denken. Toch kan dit water niet oneindig onze afval­producten opnemen.

    Niet alleen produ­ceren we te veel afval. Maar veel van deze afval­producten zijn ook nog eens moeilijk door de natuur af te breken. Door lozingen of het dumpen van afval op zee of door ongelukken wordt de zee steeds meer vervuild.

      

    Ook walvissen hebben last van watervervuiling. Niet alle gevolgen van vervuiling zijn meteen zichtbaar. Sommige vervuilende stoffen zijn zo giftig dat ze meteen de dood veroorzaken. Andere stoffen werken veel langzamer.

    Verder is het zo dat walvissen aan de top van de voedselpiramide staan, of, anders gezegd aan het eind van de voedselketen. Een voedselketen is een reeks waarin elk organisme voedsel vormt voor de volgende schakel in de keten. Zo krijgt de walvis uiteindelijk de optelsom van giffen binnen van de vorige schakels. Dit klinkt moeilijker dan het is. Voor de walvis zijn dit in feite maar drie schakels inclusief de walvis zelf:

     

    Plankton neemt giffen op à het ver­giftigde plank­ton wordt gege­ten door krill en kleine visjes à die vergiftigde krill en kleine visjes worden op hun beurt weer door walvissen gegeten.

     

     

    Visserij

    De hele familie walvis bestaat uit ongeveer 80 soorten. Voorbeelden zijn de eerder genoemde walvissoorten maar ook grienden, beloega’s en dolfijnen behoren tot de walvisachtigen. Sommige dolfijnen zijn slechts 2 meter lang. Anderen worden wel 8 tot zelfs 13 meter. Ook op hen is (en wordt soms nog) gejaagd.

     

     

    Naast de jacht op kleinere walvissen is de visserij een nog groter probleem. Dat klinkt misschien gek. Want de visserij heeft niet de bedoeling walvissen en dolfijnen te doden. Toch sterven er jaarlijks wel driehonderd­duizend walvisachtigen in de vissersnetten wereldwijd. Hoe zit dat nu eigenlijk? Vissers maken van enorm lange netten gebruik, zogenaamde drijfnetten. Deze netten zijn soms wel 50 kilometer lang en zijn voor de walvissen nagenoeg onzichtbaar. Ze raken daardoor in de netten verstrikt. Doordat ze niet op tijd naar boven kunnen komen om adem te halen, sterven ze. Gelukkig worden er tegenwoordig afspraken gemaakt om te verhinderen dat walvisachtigen in de netten sterven. De drijfnetten mogen maximaal 2,5 kilometer lang zijn. Er varen soms toezichthouders mee op vissersschepen. Ook bevrijden duikers soms dolfijnen uit de netten. Verder wordt er tegenwoordig ook gebruik gemaakt van ‘dolfijnvriendelijke’ netten. Daar kunnen dolfijnen ook weer uit ontsnappen. Toch overtreden veel vissers nog steeds de regels. Je hebt zelfs vissers die walvissen en dolfijnen de schuld geven van het uitsterven van sommige vissoorten.Toch zijn het vooral de vissers zelf die soms hele gebieden leeg vissen. Er zijn voorbeelden van door vissers leeggeviste gebieden waar bepaalde vissen niet meer te vinden zijn. Niemand heeft er zo nog wat aan. Dieren niet en ook de mensen niet.

      

     

    Een andere bedreiging voor walvissen noemen we ‘geluidsvervuiling’. Zoals eerder gezegd zijn walvissen erg afhankelijk van hun gehoor. Door middel van geluiden kunnen ze zich oriënteren in het water. Er zijn allerlei menselijke activiteiten op en aan het water. Dit brengt naast vervuiling ook ‘lawaai’ met zich mee. Men vermoedt dat walvissen hierdoor in de war raken en hun koers niet meer kunnen houden. Soms zouden ze hierdoor zelfs kunnen stranden.

     

     

  • De walvisvaart

    De meeste mensen denken bij walvisvaart aan grote zeilschepen met harpoenen op de voorplecht. Dit is inderdaad lange tijd zo geweest. En verhalen over een stoere bemanning die op avontuur ging. Zo wordt er zelfs gesproken over de glorietijd van de walvisvaart. Walvisvaarders lijken wel helden te zijn. Vroeger, in de 17e eeuw werd daar waarschijnlijk zo over gedacht.

     

    Een walvisvaarder (zo werden de schepen ge­noemd) vertrok in de regel met 30 tot 35 man aan boord, onder wie de kapitein, vier harpoeniers, vier stuurlieden, een kok, een smid, een hut­jongen en 15 tot 20 matrozen. De kapitein en de stuurlieden hadden nog best wat luxe aan boord maar de gewone matrozen sliepen allemaal bij elkaar in een volle, smerige ruimte bij de boeg. Toch zetten ze eigenlijk allemaal hun leven op het spel want vele schepen kwamen niet meer terug. En als ze wel terug kwamen, waren er vaak mensen ge­storven aan ziektes, ongelukken of zelfs door vechtpartijen.

     

    Het ontstaan van de walvisvaart

    Heel vroeger jaagden indianen al in het Noordelijke IIszeegebied op walvissen. Met eenvoudige boten en speren maakten zij jacht op walvissen voor eigen gebruik. Maar ook van Vikingen is bekend dat zij op walvissenjacht gingen. De Basken zijn rond het jaar 1200 begonnen met de commerciële walvisvaart in de Golf van Biskaje. Zij jaagden toen vooral op Noordkapers in eenvoudige schepen. Later, rond 1600, begonnen ook Nederlanders en Engelsen met de jacht op walvissen. Nog iets later, rond 1650, begonnen ook de Amerikaanse kolonisten vanuit het oostelijk kustgebied van Noord-Amerika op met name Groenlandse Walvissen te jagen. Tot aan ongeveer 1850 werden zeilschepen gebruikt. Deze schepen waren alleen snel genoeg om walvissen te vangen die niet zo snel konden zwemmen zoals Noordkapers en Bultruggen en ook Groenlandse walvissen. De Blauwe Vinvissen waren de zeilschepen nog te snel af. De zeilschepen leverden hun walvisvangst bij zogenoemde ‘walvisstations’ af. Daar werden de gedode walvissen verwerkt. Die had je overal in die tijd; bijvoorbeeld op IJsland en Zuid-Afrika.

     

    Rond 1850 deden de stoomschepen hun intrede. Deze stoomschepen konden sneller varen en hun snelheid langer vasthouden. Daar kwam nog bij dat er in diezelfde tijd een nieuw soort harpoen werd uitgevonden: een granaatharpoen die gevuld werd met kruit. De harpoen explodeerde zodra hij de walvis trof. Kortom; er werden vanaf die tijd veel meer walvissen gedood. Vanaf 1925 werden zelfs ‘drijvende fabrieks­schepen’ gebruikt om de gedode walvissen meteen te verwerken. Het eerste fabrieks­schip werd in dat jaar in het jachtgebied rond de Zuidpool in gebruik genomen De schepen die de walvissen vingen, hoefden dus niet eerst meer terug te varen naar de walvisstations.

     

    Waarom werd er op walvissen gejaagd?

    “Wij woonen in een land druipende van walvisch­traan”. Deze woorden werden in de buurt van Enkhuizen omstreeks 1780 opgeschreven. In Enkhuizen had in je die tijd veel traankokerijen. In deze traankokerijen werd het walvisspek sterk verhit. Zo droop de olie eruit. De olie werd ook wel ‘het vloeibare goud’  genoemd. In de loop der jaren zijn er ongelooflijk veel producten van gemaakt. Walvisolie (ook wel ‘traan’ genoemd) werd gebruikt als lampolie. Verder werd er zeep, shampoo, schoonmaak­middelen, margarine, bakvetten, potloden van gemaakt. Ook smeeroliën voor machines. De woningen in Europa en Noord-Amerika werden eeuwenlang verlicht door lampen en kaarsvet van de walvisolie.                                          Licht dankzij de wakvisolie

     

     

    Verder was balein het voornaamste product. Dit is zowel soepel als stevig. Hier werden rijzweepjes, waaiers en hengels van gemaakt. Ook werd het materiaal gebruikt voor paraplu’s en korsetten. Ook werden er hoepelrokken mee verstevigd. Die werden bijvoorbeeld in de 19e eeuw veel gedragen door vrouwen. Zelfs de krullen in modieuze pruiken werden ermee ‘gepermanent’.

      

    Ook de botten van de walvissen werden voor de meest uiteenlopende dingen gebruikt. De walvisvaarders zelf sneden en versierden de walvisbotten tot bijvoorbeeld schaakstukken, knopen, snuiftabakdoosjes, arm­banden en halskettingen. De walvis­huid werd gebruikt voor veters, fietszadels, handtassen en schoenen.

     

    Walvisvlees is in de meeste landen van Europa en in Noord-Amerika (bij de blanken dan) nooit erg in trek geweest. Het vlees werd vermalen tot mest of diervoeder, maar het werd ook lange tijd teruggegooid in zee. IJslanders en Koreanen aten wel walvisvlees, maar de grootste liefhebbers vond je in Japan. Dit is nog steeds het geval.

     

    Inmiddels geldt eigenlijk voor al deze walvisproducten dat we vervangende grond­stoffen hebben door de vondst en winning van aardolie. Hieruit worden talloze producten gemaakt.

  • De toekomst van de walvis

    Er zijn twee zaken die walvissen een prettiger toekomst moeten geven. Allereerst zijn dat de zeereservaten. Dit zijn beschermde natuurgebieden op zee, die speciaal worden aangewezen, zodat walvissen daar ongestoord voedsel kunnen zoeken of hun jongen groot kunnen brengen. Er is een groot zeereservaat in de Noordelijke IJszee, een belangrijk voedselgebied van walvissen. Ook zijn er veel zeereservaten aan kusten (bijv. aan de Ierse kust) waar walvissen komen om hun jongen groot te brengen. In dergelijke gebieden mag in principe niet gevist worden of andere verstorende activiteiten worden ontplooid. Er zijn trouwens niet alleen zeereservaten voor walvissen en dolfijnen. Ze zijn er bijvoorbeeld ook ter bescherming van de paaiplaatsen van vissen als de haring en ter bescherming van bijvoorbeeld koraal­riffen. Dat klinkt mooi maar toch kleven er nog heel wat haken en ogen aan deze zeereservaten. Het is toch wel even anders dan een natuurreservaat op het land.   

      

    Ten tweede kennen we sinds een aantal jaren het zogenoemde walvistoerisme.

    Walvistoerisme, ook wel ‘whale watching’ genoemd, is heel populair geworden. Overal ter wereld zijn er bedrijven die reizen organiseren.

     

    Voordelen:

    §   In plaats van dat er op de dieren wordt gejaagd, wordt er slechts gekeken

    §   Als je walvissen ziet en ‘beleeft’ kan het besef groeien dat deze dieren het verdienen beter te worden beschermd

    §   Het levert werkgelegenheid op

    §   Deze vorm van toerisme levert geld op.

     

    Nadelen:

    §   De walvissen worden soms verstoord

    §   Soms worden walvissen ‘bijgevoerd’